ExpeditieSchotland

14 november 2003: Het zuidwesten van het zuidereiland

West oost west
Via de Lewis Pass gaan we naar de oostkust, we willen op zoek naar een walvis, maar in het walvisheilige Kaikoura hebben we weinig zicht en besluiten we voor een later tijdstip in onze kalender voor de walvis.  Terug naar de westkust nemen we de Arthur’s Pass. Een weg met mooi uitzicht, ware het niet dat ons uitzicht voornamelijk uit wolken en regendruppels bestond.   

In Hokitika komen we een nieuwsgierigwekkend en hartslag-licht-verhogend bordje ‘’levende kiwi’s’’ tegen. En alhoewel elke geboren/getogen Nieuw Zeelander zichzelf een kiwi noemt, hopen we dat het in dit geval om dat kleine vliegincapabele vogeltje gaat. Dat is gelukkig het geval, het enige nadeel is dat de kiwi wakker is als wij slapen en andersom. Maar we zijn er tegen sluitingstijd en hebben geluk dat dan voor hun de dag begint (oftewel de beheerder het licht aan doet). Een goed zichtbare kiwi zonder naam, rent vluchtig heen en weer om de laatste restjes voedsel bij elkaar te schrapen en gaat daarna snel naar bed. We bekijken ook de possums die als buren voor de kiwi’s dienen. Met een possum als een kruising tussen een rat en een koala en in te overtallig aantal aanwezig in Nieuw Zeeland.

   

Zuidwest
Zuidelijker aan de westkust komen we bij de Franz Josef en de Fox glacier, na een korte wandeling hebben we een mooi zicht op de ijzige rivier. In de keuken van de nabijgelegen camping ontmoeten we een Duits stel welke zich in dezelfde situatie als de onze bevindt. We besluiten onze krachten te bundelen en reizen samen verder. Zo hoeven we minder lang te zoeken naar een geschikte overnachtingplaats en daarnaast is het ook nog gezellig. Samen met de Duitsers reizen we af naar Jackson’s Bay in de hoop op een glimp van een pinguïn. Maar deze omweg had geen positief resultaat tot gevolg, de pinguïns bleven buiten beeld. Daarom besluiten we ons plezier ergens anders te zoeken, en wel in een jetboat. Deze jetboat raast met hoge snelheid over de meest ondiepe rivier, is zo wendbaar als het maar kan en geeft dus genoeg glimlach op onze gezichten.

Om de adrenaline nog verder te verhogen besluit ik om met een elastiekje van een brug te springen. En dat kan natuurlijk het beste maar van één brug, de originele “AJ Hackett” Kawarau bridge bij Queenstown. Het aftellen is begonnen, 5 4 3 2 1 en al wachtend op een “go” sta ik 43 meter boven een snelstromende rivier te wachten. Na een korte discussie weet ik de bungeebegeleider te overtuigen dat er aan het einde een “go” hoort, deze geeft hij dan ook en ik spring in het diepe. Het gevoel van gewichtsloosheid doet de hartslag verhogen en enkele seconden later bestaat de plons in het diepe niet uit een verwachte kletsnatte bovenkant, maar meer uit een alternatieve manier van handen wassen.

   

Fiordland
We vertrekken naar een gezinsvriendelijker uitje, de Doubtful Sound. Met 200 dagen regen per jaar treffen we het met een droge en zelfs een beetje zonnige dag. De Doubtful Sound is niet gemakkelijk te bereiken, we gaan eerst met een boot over een meer, dan met de bus langs een (183mtr onder de grond gelegen) elektriciteitscentrale en tenslotte de heuvel over om terecht te komen bij de tweede boot op de daadwerkelijke Sound. De totale trip duurt een complete dag en is zeker de moeite waard.   

Onderweg naar Milford Sound overnachten we in Te Anau. ‘s Nachts worden we wakker van wat we denken dat één vervelende mug is, maar het blijkt een complete kolonie te zijn. Na meer dan dertig muggen tegen het plafond te hebben geplakt besluiten we een andere overnachtingsplek te zoeken. De volgende dag worden we verbazingwekkend zonder bulten wakker en vertrekken we vrolijk naar het voor ons tot nu toe mooiste landschap van Nieuw Zeeland, Milford Sound.

   

Iets minder blij waren we met de tunnel die toegang geeft tot de Milford Sound. Naast dat deze niet voorzien was van enige verlichting, was de tunnel ook niet rijk bedeeld met reflectiestrepen op het (niet altijd verharde) wegdek. Boven wonder komen we ongedeerd uit de tunnel en als we later een kiwi vragen waarom er geen verlichting in de tunnel is, zodat we ons wat minder geblinddoekt zouden voelen, was het slimme antwoord, dat er geen elektriciteit was?! Nog meer grapjassen kwamen we tegen op de boot die ons de Milford Sound liet zien, vooral het grapje (welke we 2 dagen eerder in dezelfde vorm op de Doubtful Sound hoorden) dat er in de verte voor de kust een klein eiland genaamd Australië lag, deed ons twijfelen aan ons gevoel voor humor.

   

We kwamen echter niet voor de grappen, maar voor de natuur. En de natuur van de Doubtful was mooi maar die van de Milford was overweldigend. Vooral de bergen die loodrecht uit het water stijgen en de bijbehorende watervallen deden de Milford de Doubtful (en de rest van Nieuw Zeeland) overtreffen. We waren wel verrast in het dalende tempo van de geel-wenkbrauw pinguïn. Waar ze twee dagen geleden volgens de gids nog met zijn 3000 waren, was het aantal van de nieuwe gids spectaculair laag met nog maar 1200 stuks. Een snelle rekensom leert dat ze met dit tempo binnen een week uitgestorven zijn, dus hebben we ons best gedaan er zoveel mogelijk op de foto te zetten.

   

Toen de boot terug wilde gaan werden we in de verte verrast door een vin in het water. Een twintigtal dolfijnen nodigden de schipper uit voor een wedstrijdje wie gaat het snelst door het water. Die snelheid was niet vergelijkbaar met de snelheid waarmee de fotocamera’s weer te voorschijn werden gehaald. En zodoende hebben we al een hele dierentuin in de fotocamera, en dan zijn we nog geen eens in de buurt van de walvis geweest.