Het verschil tussen plastic en piepschuim
Het noordelijkste punt van Nieuw Zeeland, door ons bezocht, is Cape Reinga. We beginnen de wandeling in de mist, maar aangekomen bij de vuurtoren hebben we toch een mooi uitzicht. En we zien het op elkaar botsen van twee zeeën, de Tasman en de Pacific. Een paar kilometer zuidelijker ligt het Te Paki Reserve. Dit is bekend om de enorme zandduinen. Dat vraagt natuurlijk om een onderzoek naar het verschil tussen plastic en piepschuim. Het doel is te gaan duinsurfen met een piepschuime surfboard. Bij de eerste afdaling blijkt al snel dat het board niet van plaats verandert, maar ikzelf wel, met zandhappen tot gevolg. Gelukkig schiet Jonah snel te hulp en legt ze uit dat je een plastic board nodig hebt om vaart te maken. We houden de eerste de beste buschauffeur van een groep toeristen aan en weten een plastic board te ontfutselen. En toen ging niet alleen ik, maar ook het board, heel hard de duin af.
NZ onderwater
Ondertussen, elders in NZ, is oma (en tevens schoonmoeder) Elly aangekomen. Tijd dus voor een duik in het water. En waar beter dan een ’s werelds top tien duikplekken (volgens ene J. Cousteau); de Poor Knights Islands. Het vertrekpunt is Tutukaka en om 08:00 uur wordt de benodigde apparatuur aangemeten. Met een dikke knuffel van vrouw en kind ga ik op stap. Op weg naar de eilanden, 24 km voor de kust, zit ik op de kneuzenboot. En waarschijnlijk ben ik de grootste kneus, mijn tas met duikspullen ligt op de verkeerde boot, mijn octopus (ademapparaat) is lek. Ja ja, de instructeurs kennen me al bij voornaam, voordat ik enig water heb aangeraakt.
De eerste duik gaat onder begeleiding van een instructeur. Roggen van 2 meter bij 2 meter zweven onder en boven ons door het water, een schitterend gezicht. Op de bodem liggen grote hoeveelheden zee-egels en gecamoufleerde scorpionvissen, goed kijken dus voordat je de bodem aanraakt. Ook al is het mijn eerste duik na het halen van mijn brevet, de noodzakelijke handelingen, waaronder ademhalen, weet ik nog te herinneren.
Bij de tweede duik wordt gevraagd of ik ook zonder instructeur wil duiken. Onder voorwaarde dat we geen haaien tegenkomen ga ik akkoord. Damien wordt mijn duikbuddy, hij is Engels, maar daar heb je onderwater niks aan. We weten elkaar diverse dingen wijs te maken met de geleerde handsignalen. De tweede duikplek is een stuk mooier dan de eerste. Er is een lange tunnel met weinig zee-egels, weinig zeewier en veel vissen. Waaronder een school blue maomao, welke met honderden synchroon van voor naar achter, van links naar rechts gaan. Het is net DiscoveryChannel, alleen zwem je er dan midden in. De tunnel uitgekomen besluiten we via het openwater terug naar de boot te gaan. Als we het openwater bereiken zien we een enorm gevaarte. Eerst denk ik dat het een zinkende boot is, het ligt schuin in het water en is meer dan 10 meter lang! Dichterbij komend lijkt het wel een walvis, maar als eindconclusie denken we dat het een soort inktvis moet zijn geweest. Het zuurstofgebruik, net als de snelheid op de terugweg ligt duidelijk hoger dan op de heenweg. Op de boot doen we ons verhaal, in de veronderstelling dat niemand ons geloofd, treffen we een ander duikteam met instructeur die hetzelfde hebben gezien en het ook nog eens kunnen verklaren. Het blijkt een giant salp, en volkomen ongevaarlijk. Later vind ik op internet een uitleg en foto van deze giant salp. Het is een aaneenschakeling van eencellige organismes in de vorm van een grote zak en kunnen tot wel 20 meter lang worden.
Kerst met de familie
We ontmoeten oma Elly, bij haar zus in Auckland en krijgen een hartelijke ontvangst. In de tuin staan enorme volières met papegaaien. Jonah (J) houdt hele verhalen; het begint met; J: hallo; P (=papegaai): hello; J: hallo; P: hello. Voordat we denken in een vicieuze cirkel te zijn beland lopen naar de volgende volière, en daar begint het verhaal weer opnieuw.
Met bye bye sluiten we af en nemen we oma mee om de kerst met haar kinderen door te brengen. We gaan weer naar Wellington, naar Joris.
|