ExpeditieSchotland

09 januari 2003: Gelukkig nieuwjaar

Maori

De route naar Wellington doen we via een omweg langs het Coromandel Peninsula. We hebben genoeg ruimte in het busje om oma en haar bagage mee te nemen. Anders hebben we altijd nog dakdragers bovenop de auto (voor de bagage, natuurlijk). Het is heerlijk weer, en na een dagje strand komen we bij toeval mijn duikbuddy, van een week terug, tegen. Hij nodigt ons uit om volgend jaar in zuid Engeland langs te komen. De volgende vakantie plannend rijden we de zwavelgeur tegemoet, we zijn weer in Rotorua.

     

Omdat we tot nu toe weinig van de Maori’s hebben gezien, besluiten we naar Whakarewarewa Thermal Area te gaan. Omdat de Maori’s niet over een geschreven geschiedenis beschikken, beginnen de Nieuw Zeelandse geschiedenisboekjes zo’n 350 jaar terug, toen Abel Tasman in 1642 aan kwam waaien.

    

De voornaamste kenmerken van de Maori’s zijn toch wel de houtsnijwerken, tatoeages en tonguitstekende blik bij de oorlogdans. In het park voerden ze ook een dergelijke dans op. Dit was zeer indrukwekkend, totdat men overging op zoetsappige liedjes, nota bene onder leiding van een huistuinkeuken gitaar. Toen de krijger na luidschreeuwende oorlogskreten, ons een fijne kerst en prettig vakantie toewenste waren we een illusie rijker.

    

Kerst
Met kerst hebben we de casa van Joris bereikt. De samen-zullen-we-alles-delen-sfeer zit er goed in, we besluiten te dobbelen om de kerstkadootjes. De competitiedrang wordt aangemoedigd als we een pingpongset tussen de kado’s ontdekken. Compleet met voorrondes en kwartfinales komen we de feestdagen door. Bij het ontbreken van een pingpongtafel, maken we gebruik van touw en cd-hoesjes. Vooral Bob Dylan heeft het zwaar te verduren.  

De apres kerstdagen neemt Joris zijn moeder mee voor een week zuidereiland. We nemen afscheid op het vliegveld van  Wellington en maken nog een dag gebruik van de satteliet-tv  en warme douche.

    

Oud en nieuw
Na de kerst heeft de wind weer plaats gemaakt voor zon. En dat is te merken ook. Hadden we met de kerst tegen de 20 graden, het einde van het jaar is tegen de 30 graden. Dit uiteinde wordt door de Nieuw Zeelanders amper met vuurwerk gevierd. Er is voornamelijk professioneel vuurwerk, er zijn geen sterretjes, astronauten of ballenschieters te bekennen.

Ons oud en nieuw gevoel wordt gered door tussenkomst van een oliebol. Onderweg komen we langs een bordje Dutch Shop. Dergelijke winkels hadden we wel eerder gezien, waar oud Hollanders andere oud Hollanders veel te veel geld voor een bijna over de datum euroshopper dropzakje laten betalen. Bij het zien van het bord hebben we de oliebollensmaak al in de mond. In de winkel echter is geen bol te bekennen, al snel zakt het oud en nieuw gevoel in de schoenen, totdat het samen-zullen-we-alles-delen-gevoel van de verkoopster ons uit de brand helpt. We mogen aanspraak doen op haar familieschat aan oliebollen. Met vier besuikerde bruinigheden en een dollarshopper bubbeltjeswijn, in de felle zon op het strand vieren we oud en nieuw (volgens NL tijd) zo als we het nog nooit gedaan hebben.

    

Auckland
Verderop, onder Auckland, mogen we weer overnachten bij de oom en tante van Marije. De ochtend na overnachting gaat de wekker om 04:00 uur,  de mannen gaan vissen. Grote praat over haaien en walvissen mogen niet baten, in totaal vangen we maar twee vissen die aan de toegestane lengte voldoen. Na het meten van de vissen worden we uitgelegd dat als je te kleine vissen toch mee naar huis neemt, en je wordt onderweg door de politie gecontroleerd, je niet alleen de vis kwijt bent, maar ook de boot en je auto! Hoezo maatregelen, in Nederland moet je een behoorlijk misdaad begaan om je auto kwijt te raken.

Omdat het zo makkelijk is om je auto kwijt te raken doen wij ook een poging. De plaats die we hebben uitgekozen is het centrum van Auckland (Backpackercarmarket, 5 dagen staan voor 50 dollar) en onze slachtoffers zijn mede backpackers die aan het begin van de vakantie staan. Kijkend naar het mede aanbod beginnen we voor de eerste middag met een stevige prijs. De tweede dag laten we dezelfde prijs staan en gaat het vissen beter dan om 04:00 uur op het water, we hebben beet. En een flinke ook. Er wordt nog wel afgedongen, technisch gekeurd, gekeurd op boetes, maar ons busje kan alles aan. Met het dubbele geld op zak dan dat wij er 3 maanden geleden voor betaald hebben, verlaten wij vrolijk de parkeergarage en is the incredible blue interior car (zoals we hem gedoopt hadden) niet meer in onze handen.

    

Dit is de laatste reden voor ons om de boel in te pakken en ons voor te bereiden op de terugvlucht, naar daar waar het dertig graden kouder is dan hier. De koek is op, maar heeft wel heel lekker gesmaakt.