Etna poging 1
Aan de hak van Italië besteden we weinig aandacht, we rijden direct door richting Sicilië. De nacht voor de overtocht staan we op de camping Lido di Palmi. Gelegen op een 70 meter hoge klif en tegen betaling van een zacht prijsje is dit een hele mooie camping. De overtocht nemen we van Villa San Giovanni naar Messina, in tegenstelling tot een volle nacht naar Griekenland, is de overtocht naar Sicilië in een half uurtje gepiept. De opvolgende dag staat gepland als een dagje Etna. Echter als we wakker worden, worden we verrast door mist, veel mist, dichte mist. Omdat het Etna-bezoek bovenaan ons Siciliaans verlanglijstje staat besluiten we met poging 1 te stoppen en eerst een rondje eiland te maken (met de hoop dat het weer betrekt in de loop van de week). We gaan op pad naar Cava d’Ispica, hier leggen we 2 euro per persoon neer om 400 meter (vd 13 km) de vallei in te mogen. De verwachting was veel grotwoningen, de realiteit is een paar uithollingen. Dus ja, dat viel wat tegen.
Het zuidoostelijk Sicilië bestaat uit keramiek en mozaïek. Keramiek (van die geschilderde tegeltjes) wordt vooral vertegenwoordigd door Caltagirone. Mozaïek (kleine naast elkaar geplakte tegeltjes) vinden we in Piazza Armenia, Villa del Casale. Deze zeer goed bewaard gebleven overblijfselen stammen uit de 4e eeuw en zijn neergezet onder regie van een rijke Romeinse generaal.
Als we langs het Vallei di Templi rijden, merken we hoe verwend we zijn door de Griekse opgravingen. De Italiaanse tempels zijn mooi, maar we hebben er al genoeg gezien en stoppen dan ook alleen nog maar bij hoge uitzondering. We genieten volop van de mooie omgeving in Sicilië en verheugen ons dan ook op Caltabellotta. In ons Sicilië-handboekje staat Caltabellotta als volgt beschreven: Veel plaatsen op Sicilië hebben een spectaculaire ligging, maar Caltabellotta spant de kroon. Het uitzicht van daarboven omvat een groot deel van het eiland. Zo hebben wij het niet ervaren….mist, mist, mist.
Etna poging 2
Als we op de laagvlakten zijn wordt het al snel mistvrij en gelukkig is het helder en mooi weer, als we bij San Fratello het binnenland inrijden. Vanaf grote afstand hebben we een mooi uitzicht op de Etna. Strakblauwe lucht en een witte sneeuwtop verwennen ons fototoestel. De beklimmingtocht start vanuit Etna-Sud, hier schijnen een kabelbaan en jeepsafari’s de top van de Etna te bereiken. Als we bij het kabelbaanbeginpunt zijn, ontbreekt helaas elke gewilligheid van de gondels om naar boven te gaan en maken ook de Jeeps geen indruk om omhoog te gaan. Dankzij het gebrekkige Engels van de winkelbedienden komen we ook niet achter de reden waarom niet. Heel treurig zijn we niet, omdat er zich binnen loopbereik een krater begeeft en iets verderop ook nog de rook uit de rotsen komt. Het mistvrije uitzicht is overweldigend.
Al met al is ons indrukkenbakje toch weer voller. Maar dan vooral gevuld met een ander soort indrukken dan van Griekenland, die van landschap en vulkanisme. Hiermee gaan we naar Messina. De boot is klaar voor vertrek en Jonah ciaoot Sicilië vaarwel.
Pompei
In de vulkaansfeer rijden we door naar de Vesuvius. Bekend als de enige werkzame vulkaan op het vasteland van Europa. Deze vulkaan, ten zuidoosten van Napels, is verantwoordelijk voor het bedelven van de stad Pompei in 0079. Inmiddels is het overgrote deel van de stad opgegraven en kan je voor een bezichtiging een volle dag uittrekken. Voorwaarde hierbij is dat je niet gehinderd wordt door een buggy waarvan de wieltjes de buigzaamheid van een rietje vertonen, wat niet bevorderlijk is voor de mobiliteit in een stad vol keien. Naast de omvangrijkheid van de opgraving maken ook de lichaamafdrukken van de overledenen grote indruk. We overnachten in een kleine vulkaan, Solfatara. De wind staat goed, gelukkig maar, anders hadden we de hele nacht aan een vrachtwagen vol met rotte eieren gedacht.
Lago di Bolsena
De frisse lucht tegemoet, rijden we naar Lago di Bolsena (boven Rome). Hier hebben we een oud bekend plekje in Marta. Vanuit de camperparkeerplaats in Marta konden we kruipend naar het meer, waar warm water je de indruk geeft van een tropisch zwemparadijs. Vol goede herinnering rijden we naar dit plekje totdat we opgeschrikt worden door de bouwwagens die het hele idylische plekje volstorten met cement. We laten ons niet kisten en maken er toch nog een heerlijke dag van en nemen s’avonds een andere area attrezata.
De terugreis is in gang gezet. Alhoewel, terugreis? Misschien wel eerder een vooruitreis, want ons doel, Schotland komt steeds dichterbij. Via St Bernardtunnel, Besancon, Metz en Luxemburg, komen we aan in Nederland en telt onze kilometerteller iets meer dan 10.000km erbij (zonder enig gebrek of tegenstand).
We maken ons klaar voor het bezoeken van ons kersverse nichtje en het meevieren van een bruiloft om vervolgens overtocht naar het Schotse land te maken, we zijn benieuwd.
Tip:
Bezoekt u de camping Lido di Palmi en u besluit de 70 meter hoge klif af te dalen, wees er dan zeker van dat het hek beneden niet op slot is (zoals bij ons het geval was).