ExpeditieSchotland

13 juni 2003: Dunvegan deel 1

 

De weg naar Dunvegan

Vanuit Findhorn rijden we naar het westen. Boven de strook Edinburgh-Glasgow kan je snelwegen wel vergeten, want het overgrote deel (en dus ook de snelwegbouwers) van de Schotten woont tussen of in die twee steden. We rijden al genietend van de lochs (oa Ness) en de Bens en nemen een grote aanloop om de brug naar Skye over te gaan. Het gaat niet snel, maar wel wonderbaarlijk soepeltjes. Onze pijlen zijn gericht op Dunvegan en daar gaan we dan ook naar toe. De wegen op Skye zijn deels zoals we ze willen hebben, namelijk single track road. En dan heb je de meeste kans om gezellig tussen de schapen door, door het landschap te slingeren.

      
Het kasteel
Onze eerste nacht in Dunvegan pakken we de plaatselijke camping, en informeren we gelijk naar de mogelijkheden voor werk. De campingeigenaar is goed gemutst en komt met hetzelfde idee als dat wij hadden, namelijk het kasteel.

   

Het kasteel ligt net buiten het dorp en kijkt uit over Loch Dunvegan. In het kasteel ligt de Faiery Flag. Eigenlijk een geel stukje zijde met rode spikkels. Deze vlag zou drie magische eigenschappen bezitten. Zo is men verzekerd van een overwinning indien de vlag wordt gehesen tijdens een strijd, wordt de vlag gespreid over het huwelijksbed dan is men verzekerd van veel kinderen, waaronder een erfgenaam, en als de vlag wordt gehesen bij de kust van Dunvegan wordt haring naar het loch gelokt. De vlag verliest wel haar kracht als ze drie maal wordt gebruikt, wat tot nu toe twee maal gebeurd is.

     
Werk in Dunvegan
Een vierde eigenschap, namelijk een garantie op werk als men de vlag hijst, blijkt de Faiery Flag niet te bezitten. Dus houden we het hijsen voor gezien en gaan we al vragend op zoek naar werk. Al snel blijkt er een mogelijkheid te ontstaan bij het restaurant van het kasteel. We zijn echter afhankelijk van het wel/niet komen opdagen van een scholier uit het oosten die ons net voor was. Ook al werd er wel twijfel uitgesproken over de jongeman, besluiten we verder te vragen en komen via een tip bij het Dunvegan Hotel. Die tip blijkt goud, en twee dagen later zijn we druk met biertjes tappen in de bar (voor de verkoop wel te verstaan). We kunnen het ideaal combineren door omstebeurt een dag te werken, waardoor je per persoon maar drie keer per week hoeft te tappen.

    

Een groot verschil met Nederland zit niet alleen in het dode bier, maar ook in de inwerkperiode. Na een héél uur inwerken had de eigenaar vertrouwen genoeg en nam de benenwagen. Met enige vraagtekens leren we via de lokale pubgangers kreten als toppings, draft en de hoeveelheid benodigd schuim per pint bier, namelijk het liefst nul. Ook wordt je verrijkt met de meest fantastische verhalen van nuchtere, dan wel dronken klanten. Vooral het onderwerp verloren lichaamsdelen blijkt in trek. Het eerste lichaamsdeel blijkt van een oudere man die in al waggelende toestand de pub binnenkomt en na mijn nationaliteit te hebben achterhaald in het meest gebrekkige Duits mij probeert toe te spreken. Aangezien ik hem nauwelijks Schots had horen praten dacht ik dat de sissende, met de tanden op elkaar manier van spreken hoorde bij zijn Duitse act. Maar toen ik duidelijk maakte dat Duits ook met de tanden van elkaar geproduceerd kon worden, deed hij me na en viel zijn kunstgebit op de grond. Zonder schaamte werd deze weer teruggestopt en nam hij nog een slokje.

     

Nadat ik bij een andere klant naast mijn nationaliteit ook mijn automerk had bekend gemaakt kwam het tweede verhaal van een verloren lichaamsdeel boven tafel. Deze man had één been en was enige tijd geleden in Griekenland op vakantie. Tijdens een duik in het zeewater was hij zijn kunstbeen echter kwijt en meerdere zoekpogingen mochten niet baten. Aangezien de terugreis hierdoor zwaar bemoeilijkt werd, besloot hij zelf een kunstbeen te maken. De stang van een fietsframe zou de basis worden voor het nieuwe kunstbeen. De overige koppelstukken werden gemaakt uit onderdelen van een volkswagenbus. Vlak voordat hij dit mooi stuk eigenbouw in gebruik wilde nemen werd zijn kunstbeen weer gevonden. Het eigenbouwbeen heeft wel een mooi plekje boven de openhaard gekregen.

     
Onderdak
We nemen het besluit om de kosten van ons onderdak meer in lijn te laten lopen met de inkomsten uit onze barbaan. Dus geen camping, maar een stapje goedkoper, namelijk vrijkamperen. In tegenstelling tot Nederland is vrijkamperen in Schotland toegestaan, met de mits dat wel eerst toestemming van de landeigenaar moet worden verkregen. We scheuren naar de eerste de beste boer in de omgeving, om te vragen om toestemming en treffen naast elektriciteit en water ook een schitterend uitzicht. De boer en boerin hebben een dochtertje van Jonah d’r leeftijd en ze hebben lekkere koffie, waarbij ze ons het een en ander vertellen over het leven in Dunvegan........